Tentoonstelling: in de ban van Ambrosius

Bijen zijn ouder dan de mensheid

Zo lang er mensen op aarde rondlopen zijn er bijen. En eigenlijk is het vermoedelijk zo dat er voordat er mensen op aarde kwamen, de bijen er al waren. Dat laatste betekent overigens niet dat de mensheid in de loop van de geschiedenis veel weet over bijen. De mensheid begrijpt, dankzij Karl von Frisch, pas sinds minder dan een eeuw enigszins hoe bijen met elkaar communiceren en informatie verschaffen waar bijvoorbeeld dracht is te vinden. Het is Von Frisch die in de loop van de 20e eeuw veel onderzoek doet naar bijen en daarmee kennis vergaart over het leven van bijen. In de eeuwen daarvoor is voor de mens het functioneren van bijenvolken eigenlijk één groot raadsel. En dat raadsel leidt er toe dat er in de loop der eeuwen het leven van bijen mysterieus wordt ervaren en aanleiding geeft tot legendes, volksverhalen en tal van gebruiken.

Bijen in de oudheid

In oude tijden is er over het leven en levenswijze van bijen heel weinig bekend. Dat neemt niet weg dat de producten van de bijen al duizenden jaren door de mens worden gebruikt. In het oude Egypte wordt bijenwas gebruikt om de doden te balsemen.

Ook honing wordt al heel lang gebruikt. Tot de zevende eeuw, toen het gebruik van suikerriet werd ontdekt, is het zelfs de enige zoetstof. Was het niet de befaamde keizerin Cleopatra, die leefde in de eeuw voor onze jaartelling, die een bad nam in ezelinnenmelk en honing.

Ook in de Bijbel komen bijen veelvuldig voor, maar ook dan gaat het altijd over wilde bijenvolken. Ook in deze tijd ontbreekt de kunde om bijen te ‘houden’ zoals dat heden ten dage gebeurt. In deze tijd wordt honing verkregen door het ‘oogsten’ van honingraat uit holle bomen of rotsspeten. Honing blijft echter een luxeproduct. Dit blijkt ook uit de overbekende passage uit de Bijbel waarin Mozes staat bij de brandende braamstruik en de Heer tegen Mozes zegt dat Hij het volk zal leiden naar ‘een land vloeiende van melk en honing’, wat staat voor een land waar overvloed heerst en niemand iets te kort komt. Dat de bijen in de oudheid ook niet altijd even zachtaardig zijn blijkt uit het gegeven dat op verschillende plaatsen in de Bijbel een vergelijking wordt gemaakt tussen ‘bijen’ en de vijanden die het land Israël omringen. Zo wordt gezegd: “De Amorieten vervolgden de kinderen Israëls als bijen.”

Ook de Grieken zijn in de oudheid gewend aan bijen en hun producten. Maar zij weten evenmin veel van de levenswijze van bijen, zo denken ze dat honing direct afkomstig is uit de hemel. De Grieken brengen de ‘hemelse honing’ in verband met welsprekendheid en dichtkunst. Zo rond vijf eeuwen voor onze jaartelling leeft Pindarus een dichter die in het toenmalige Griekenland grote bekendheid geniet. Over zijn jeugd gaat een legende, die in de latere geschiedenis van het westen vaker zal terugkomen. Als jongen is deze Pindarus eens onderweg. Het is hoogzomer, en op het heetst van de dag wordt hij door vermoeidheid en slaap overvallen. Hij gaat in de berm langs de weg liggen en valt in slaap. In zijn slaap komen er bijen aangevlogen; ze blijven enige tijd zitten en wanneer ze weer wegvliegen, laten ze honingzoete was op zijn lippen achter. Zo komt het dat van dat ogenblik af Pindarus liederen en gedichten begint te maken. De Oude Grieken associeerden ‘lippen met honing gezalfd’ met welsprekendheid: Achilles en Pythagoras, zo zei men, zijn als kind met honing opgevoed, en de lippen van Plato, Pindarus zijn ermee gezalfd.

Christelijke cultuur

In de christelijke cultuur wordt de bij in verband gebracht met ordening, ijver, reinheid, moed, samenwerking, welbespraaktheid, maar ook maagdelijkheid en reinheid. Omdat men gelooft dat een bij nooit slaapt wordt de bij ook symbool van de waakzaamheid en de geloofsijver van de christenen. En omdat de bij door de lucht vliegt wordt zij gezien als de belichaming van de ziel die naar de hemel vliegt.

Bedreigingen

Bijen hebben allerlei vijanden. Bekende vijanden zoals insectenetende vogels, horzels en wasmotten. Ook soortgenoten uit andere bijenvolken kunnen een probleem vormen, vooral voor kleine verzwakte volken die een prooi kunnen worden voor rovende bijen. Daarnaast zijn er ook andere bedreigingen, zoals lieden die bijenvolken willen stelen. Het is om deze redenen dat bijenhouders al eeuwenlang maatregelen nemen om hun volken te beschermen. Eén van die maatregelen is de ‘Bankorf’.

Bankorven

Een bankorf is een korf waarin een masker is aangebracht.

Het doel van de bankorf is om de bijenvolken van de imker te beschermen tegen bijendieven, honingjagers, maar (en hier gaat bijgeloof een belangrijker rol spelen) ook tegen onweer en boze geesten. Jarenlang wordt in de oude imkerij gedacht dat in de bijenvolken de zielen van de voorvader van de imker huizen. Kwade geesten proberen, in de zienswijze van menig bijenhouder, toegang te krijgen tot de bijenkorven om die zielen kwaad te doen. Het afschrikwekkende masker moet de bijenvolken en de zielen van de voorvaderen van de imker beschermen. Het is om deze reden dat het gezicht van de afbeelding altijd een wat ‘boze blik’ heeft en een dreigende uitdrukking en dat de  bankorf  vaak in felle afschrikwekkende kleuren is uitgevoerd.

 

De bij en de dood

De onbekendheid met de wijze waarop bijen leven in samenhang met het gegeven dat deze insecten de lucht in vliegen, als het ware naar de hemel, leidt al eeuwen tot allerlei, in onze ogen, vreemde gebruiken. Eén van deze gebruiken is het ‘aanzeggen’ van de dood van de bijenhouder. Tot in de twintigste eeuw is het in bepaalde streken in Nederland gebruik dat wanneer de imker sterft dit wordt ‘aangezegd’ aan de bijen. Achtergrond hierbij is dat de ‘ziel’ wordt vereenzelvigd met de bij en als het ware de vorm van een bij aanneemt. Het aanzeggen bij de bijen is bedoeld als een bede om de voorvaderen te bewegen om de ziel van de overledene te verwelkomen en op te nemen in het hemelse. De relatie tussen bijen en de dood komt ook tot uiting in bijgeloof. Zo zou een zwerm rond de hoeve de dood van de huisvader voorspellen.

Sint Ambrosius

Een bijzonder attribuut in de bijenstal, die veel bijenhouders de afgelopen eeuwen gebruiken, is een afbeelding van St. Ambrosius. Vergeleken met de angst uitdrukkende Bankorven is Ambrosius meer een figuur die past in de katholieke traditie van heiligen die kunnen worden aangeroepen. Meestal wordt de figuur van St Ambrosius, uitgebeeld gevlochten van stro, met in zijn hand een bijenkorf.

 “Wie is die Sinterklaas?” zo is vaak de vraag van kinderen die een bezoek aan het Bijenmuseum brengen. En steeds is het antwoord: “dat is geen Sinterklaas, dat is Ambrosius.

Ambrosius leeft in de vierde eeuw (van 339 – 397). Hij wordt geboren in Trier in het huidige Rijnland-Pfalz. Zijn vader is een Romeinse functionaris. Over hem wordt het verhaal verteld dat hij als zuigeling in de wieg bij de dienstwoning van zijn vader ligt en is toevertrouwd aan de zorg van een dienstmeid, wanneer er een bijenzwerm neerstrijkt op zijn gezicht. De dienstmeid haalt in paniek de vader, die een wandeling maakt. Wanneer deze in allerijl naar zijn zoontje rent ziet hij dat de bijen zelfs in zijn mond kruipen, waar ze, zo gaat het verhaal, een druppel honing achter laten. Het miraculeuze is echter dat hij niet wordt gestoken. Zijn vader die dit wonder aanschouwt voorspelt: “Dit kind zal eens een groot man worden.” En inderdaad Ambrosius wordt leraar, kerkvader en uiteindelijk bisschop van Milaan. Hij staat bekend om zijn welbespraaktheid – vol van zoet geurige amber – en om de vergelijking met bijen te trekken zijn woorden vloeien zoet als honing en zijn ijver is die van de bijen. Ambrosius wordt heilig verklaard en wordt de schutspatroon van de imkers. Eeuwenlang is een afbeelding van Ambrosius, met in zijn hand meestal een bijenkorf, te vinden bij de bijenstal van de imker om de bijen te behoeden voor welk kwaad hen maar kan bedreigen. Kort na zijn dood wordt hij heilig verklaard. Zijn feestdag wordt gevierd op 7 december, de dag dat hij in het jaar 374 tot bisschop wordt gewijd. Zijn relieken worden bewaard in de basiliek San Ambrogia in Milaan.

Ambrosius wordt overigens niet alleen genoemd als beschermheilige van de imkers, maar ook van waskaarsenmakers, honingkoekbakkers. Hij geldt als beschermheilige van bijen, maar ook van ganzen, spreeuwen en huisdieren. Tevens vinden we hem terug in een oude weersspreuk: ‘Ambroos, patroon van bijen en spreeuwen, houdt van waaien en van sneeuwen.

Wij bieden onze collega imkerverenigingen de mogelijkheid de tentoonstelling te bezichtigen in combinatie met een lezing over het thema Ambrosius en bankorven of over het thema de geschiedenis van de bijenteelt. Inclusief koffie/thee en een rondleiding door ons bijenpark voor slechts €50.

Reserveringen via bijenvereniging@bijenpark.nl

Stichting Bijenpark Amsterdam & Amsterdamse Vereniging tot Bevordering van de Bijenteelt