De geschiedenis in het kort.
Oorspronkelijk is het Bijenpark aangelegd in opdracht van de Amsterdamse Chinine Fabriek. Deze fabriek was eigendom van dr. Sieger en gebruikte bijengif voor de destijds gangbare reumatherapie. Op 25 september 1913 werd de Bijenvrienden Sociëteit Amsterdam opgericht. Ook werd toen voor het houden van die bijen een terrein aangekocht dicht bij de Boerenwetering.
Op 10 juli 1920 verandert deze sociëteit in Amsterdamse Vereniging tot Bevordering van de Bijenteelt. Er wordt aansluiting gevonden bij de Landelijke Vereniging in Wageningen.

Er volgen verschillende verhuizingen van de terreinen waar de bijen gehouden worden.
Tussen 1922 en 1923 wordt een locatie gevonden bij de Zuidelijke Wandelweg, waar tuinders verplicht zijn bijen te houden. Daar wordt ook een clubgebouw geopend. Tussen 1932 en 1933 moet het park daar echter weer weg vanwege stadsuitbreiding. Er komt een nieuwe plek bij begraafplaats Zorgvliet en achter kwekerij Rozenoord, maar daar moeten de imkers weg omdat de bijen de seringen zouden bederven. Een Bijenpark zonder bijen was het tijdelijke gevolg.

In 1936 koopt dr.Sieger een lap grond op de Sloterweg waar de Amsterdamse Chinine Fabriek een proeftuin inricht direct naast het Bijenpark. Op 1 januari 1949 wordt dit park vergroot en overgedragen aan de AVBB. Het nieuwe gedeelte wordt door landschapsarchitect Jan Bosma ingericht naar Engelse Landschapsstijl.



In 1953 raakt de Landelijke Vereniging in Wageningen in financiële nood en de leden van de AVBB vrezen een faillissement. Om de boel veilig te stellen wordt op 9 juli 1953 de Stichting Bijenpark Amsterdam opgericht. Op het Bijenpark hoeft niet meer uitsluitend geïmkerd te worden, maar van de tuiniers wordt wel verwacht dat ze lid worden van de AVBB en ook oog hebben voor de bijen.

Vanwege de aanleg van de A4 wordt tussen 1963 en 1965 een deel van het park onteigend. Een deel blijft verder bestaan als Oude Park. Met de vergoeding voor de onteigening wordt het Nieuwe Park in de Eendrachtpolder ingericht. De aanleg wordt weer verzorgd door Jan Bosma en er komt een museum in plaats van een clubhuis.



Sinds 1965 krijgen beide parken eindelijk een vaste plek met de rust die de vogels, tuiniers en imkers zo nodig hebben. Inmiddels zijn de verschillende tuinen volwassen geworden en leven bijen, vogels en mensen zich 's zomers naar hartenlust uit.



April 2007,
Trudy Franc